Iemand ontslaan omdat hij spullen leent, mag niet

Een werknemer die spullen heeft ingeladen in zijn auto met de intentie om toestemming te vragen die te lenen, mag niet op staande voet worden ontslagen wegens lenen zonder toestemming. Ook niet als hij boos wegrijdt.

De productiemedewerker was na een periode van ziekte bij het bedrijf teruggekomen en had een oude vieze compressor bij de container aangetroffen. Naar eigen zeggen had hij die willen lenen en de volgende dag willen terugbrengen. De werknemer verwachtte niet dat de compressor het deed en wilde eigenlijk een slijptol lenen. Hij heeft de compressor, nadat hij hem bij de roldeur had klaargelegd, opgehaald en ging een fles terpentine halen omdat zijn auto niet startte. Omdat er niemand was heeft hij de compressor ingeladen met de intentie deze terug te brengen als iemand hem nodig had. Nadat hij hem in de auto gelegd had werd hij door zijn leidinggevende staande gehouden. De werknemer zou uitgelegd hebben dat hij de slijptol en compressor wilde lenen. De leidinggevende heeft direct de politie gebeld. De werknemer heeft vervolgens aangeboden de spullen weer uit te laden, wat niet mocht, was emotioneel geworden en weggereden.

Voor de werkgever was dat reden tot ontslag op staande voet. De werknemer wil gewoon weer aan het werk.

De kantonrechter overweegt als volgt:
Hoewel het lenen zonder toestemming in strijd met de voorschriften is en de werknemer zich dat realiseerde, ziet de kantonrechter onvoldoende rechtvaardiging voor de reactie die daarop gevolgd is van de werkgever. Een minder vergaande maatregel, bijvoorbeeld een stevige waarschuwing zou meer op zijn plaats zijn geweest. De kantonrechter kent betekenis toe aan het feit dat de werknemer toen hij door zijn leidinggevende werd aangehouden zonder deugdelijk verklaring is weggereden, maar niet zo zwaar als de werkgever dat doet.

Al met al is de kantonrechter van oordeel dat de gebeurtenissen onvoldoende grond opleveren voor een dringende reden. Daarbij weegt ook dat niet gebleken is dat het functioneren van de werknemer eerder onderwerp van gesprek is geweest. Het beroep van de werknemer op de vernietigbaarheid van het ontslag is dus met recht gedaan en de vordering tot doorbetaling van loon zal worden toegewezen.

LJN: BW0692,Sector kanton Rechtbank Arnhem , 803848 VV Expl. 12-20016

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*