Nederland is weer minder sociaal innovatief

Nederlandse bedrijven zijn tussen 2008 en 2010 niet sociaal innovatiever geworden. Er lijkt eerder sprake van een lichte achteruitgang.

Dat blijkt uit een onderzoek van TNO dat Tijdschrift voor HRM afgelopen week publiceerde. De gegevens zijn afkomstig uit de Werkgevers Enquête Arbeid onder zo'n 3500 bedrijven met tien of meer werknemers.

Het verbaast de onderzoekers niet dat bedrijven schijnbaar minder bezig zijn met sociale innovatie in tijden van crisis. Maar ze zien het niet als een goede ontwikkeling. TNO-onderzoeker Peter Oeij: ‘Onze bevindingen tonen juist aan dat sociale innovatie veel kan bijdragen aan verbetering en vernieuwing in organisaties.'Juist dat wat bedrijven in economische malaise goed kunnen gebruiken.

Bedrijven konden in het onderzoek scoren op vier deelaspecten van sociale innovatie. De externe gerichte aspecten richten zich op ‘strategische oriëntatie' – de mate waarin organisaties alert reageren op belangrijke ontwikkelingen in hun omgeving, zoals het gedrag van klanten of nieuwe technologieën – en ‘product-marktverbetering': innovatie als het gaat om het verbeteren van producten of diensten.

Daarnaast werd de sociale innovatie gemeten op interne aspecten. Waaronder ‘slimmer organiseren' – het verbeteren of vernieuwen van werkprocessen – en ‘flexibel werken' – flexibilisering van arbeid zoals het flexibiliseren van werktijden of  contracten, zelfroosteren, maar ook het maken van individuele afspraken over werkprestaties en flexibele inzet.

Vooral de zakelijke dienstverlening en de financiële dienstverlening zijn bezig met sociale innovatie. De bouwnijverheid, horeca en de overheid zijn hierin over het algemeen een stuk minder actief. De koplopers -beste tien procent- scoren vooral hoog  op strategische oriëntatie en product-marktverbetering. In tegenstelling tot de bedrijven die laag scoren op de sociale innovatiegraadmeter hebben zij vaker een lager ziekteverzuim, minder vaak contractbeëindigingen van personeel en meer vacatures. Daarnaast zijn hun werknemers over het algemeen zelfstandiger: zij werken vaker in teams en mogen deze teams vaker zelfstandig beslissingen nemen.

De resultaten komen twee weken voordat het het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI) ophoudt te bestaan. Volgens de organisatie is Nederland nog niet klaar met sociale innovatie, maar is de aanjaagfunctie van het instituut ondertussen wel gerealiseerd. Het instituut baseert zich daarmee op onderzoek van de Erasmus Universiteit dat aantoont dat het aantal sociaal innovatieve bedrijven juist is toegenomen.

NCSI-directeur Ton de Korte reageert in dezelfde editie op de onderzoeksresultaten. Hij benadrukt dat het onderzoek van TNO wederom aantoont dat sociale innovatie werkt, maar heeft geen verklaring voor het verschil in onderzoeksresultaten vergeleken met de Erasmus Universiteit. De Korte merkt op: ‘Sociale innovatie wordt nog te veel als een luxe-interventie in perioden van hoogconjunctuur beschouwd en niet als een oplossing in tijden van crisis.' In dat laatste geval zou het NCSI volgens hem niet moeten sluiten maar juist nog harder werken aan de missie om sociale innovatie aan te wakkeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*