Ouderenzorg

Ze is al enkele jaren de oudste inwoner van Spijkenisse, inmiddels ook de oudste bewoner van de Zuid-Hollandse eilanden Voorne-Putten en behoort tot de 60 oudsten van Nederland: Francien de Bruin-Schriek. Mijn oma, geboren in Rotterdam op 25 september 1904.

‘Tante Sien', zoals ze ook wordt genoemd, is een van de 1600 honderdjarigen (‘centenarians') in Nederland. Maar als ik wetenschappers mag geloven, duurt het nog slechts even en het is heel normaal om een eeuw lang te leven. De Amerikaanse demograaf James Vaupel voorspelde onlangs dat meer dan de helft van de baby's, die nu in industrialiseerde landen worden geboren, ouder wordt dan honderd jaar.

In de jaren vijftig en zestig ging ons Koninkrijk nog aan kop in de lijst met landen en hun levensverwachting, de afgelopen decennia zakte Nederland af naar de dertigste plaats. Oorzaak? Rookgedrag. Maar dat verklaart niet alles. Het schijnt ook te maken te hebben met de manier waarop de samenleving voor haar ouderen zorgt.

Demografische wetenschappers stellen dat ouderen om voort te leven zorg nodig hebben en goesting, zin in hun bestaan – gevoed door het netwerk rond en het respect voor bejaarden. Met een derde plaats in de genoemde landenlijst dient Japan als treffend voorbeeld. Japanners zijn nog altijd veel vaker omringd door hun familie dan bijvoorbeeld Nederlanders.

Natuurlijk, het kost veel geld en inspanning om 24 uur per dag mensen te verzorgen. Wat is het alternatief? Mensen blijven nog langer thuis wonen? Een nog groter beroep doen op de toch al overbelaste mantelzorgers? Nederland heeft veel verpleeghuisbedden, maar voor het vergroten van de levensverwachting helpt dat niet. De zorg is karig en gemeten naar sterftecijfers presteert ons zorgsysteem slecht, concluderen de wetenschappers.

Mijn oma woont sinds acht jaar in een altijd warm verzorgingshuis in Spijkenisse. U zult denken ‘warm' plus ‘verzorging': het beste medicijn om oud te worden. Nee, mijn oma vormt een uitzondering. Ze mist warmte in de zin van gezelligheid om haar heen. En ik mis bij haar de zorg, de aandacht, de toewijding. Immers, dat omaatje slechts één keer per week kan douchen, dat ze driemaal daags op gezette tijden een schone luier krijgt en dat haar kamer enkel dagelijks op hoofdpunten, zoals sanitair en keukentje, wordt gereinigd, geven mij geen echt rein en zorgzaam gevoel.

Navraag leert dat ik als familie mag helpen. In deze decembermaand, de maand van warmte en vrede, werp ik me daarom op als mantelzorgende schoonmaker. Mijn kerstmis(sie).

Petra de Bruin, hoofdredacteur Service Management

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*