Richt je niet op competitieve doelen

Doelen gericht op zelfontplooiing werken net zo goed als doelen gericht op het beter presteren dan anderen. Toch hoef je je in een organisatie niet te richten op competitie.

Het stellen van doelen is goed voor de taakprestaties en voor de intrinsieke motivatie, zo blijkt uit het promotieonderzoek Performance Attainment and Intrinsic Motivation waarop Monica Blaga vandaag promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het maakt daarbij niet uit of je focust op doelen gericht op zelfontplooiing en taak of doelen gericht op de competitie met anderen.

Toch meent Blaga dat het niet wenselijk is beide zonder meer te gebruiken. Volgens haar onderzoeken, in literatuur en via experimenten, hebben doelen gericht op zelfontplooiing de plezierige bijkomstigheid dat de mensen die deze halen hun kennis vervolgens ook graag delen. Doelen gericht op competitie werkt bedrog en exploitatiegedrag in de hand. Verder hebben de laatste zelfs een negatief effect als de lat te hoog ligt. Bij mannen verdwijnt dan de prestatiedrang, vrouwen krijgen zelfs een negatieve houding.

Er is volgens Blaga nóg een goede reden waarom organisaties niet bewust doelen hoeven te stellen die een vergelijking met anderen in zich hebben. Deze doelen, zo stelt ze in haar proefschrift, zijn veelal al aanwezig in competentierelevante situaties zoals het klaslokaal, de werkplek en het sportveld. Bevordering en facilitatie van deze doelen is dus overbodig.

Ze concludeert: 'Gezien de consistent positieve relaties tussen Map-doelen (gericht op zelfontplooiing en taak, red.) en wenselijke uitkomsten verdient de aanbeveling om in de praktijk de nadruk te leggen op Map-doelen, bijvoorbeeld door het geven van feedback in termen van vooruitgang, inspanning, en verbetering, in plaats van op normatieve evaluaties.'
Ze doet overigens geen uitspraken over mogelijke gevolgen van haar bevindingen op prestatiebeloning.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*