Wat betekent de Modernisering Ziektewet voor HR?

Vandaag stemt de Tweede Kamer over een wetsvoorstel tot modernisering van de Ziektewet. De Kunduz-coalitie schaarde zich al eerder achter het voorstel dus er bestaat een reële kans dat de wet er komt. Wat betekent dit voor HR?

Het doel van het wetsvoorstel is om zieke vangnetters, werknemers van wie het contract afloopt tijdens hun ziekte en die dus in de ziektewet belanden, weer zoveel mogelijk aan het werk te krijgen. De instroom van deze groep in de WIA is zeer hoog (de helft bestaat uit deze groep) en kosten bedrijfsleven en overheid veel geld. Het voorstel van minister Kamp moet die instroom een halt toe roepen en vangnetters stimuleren weer aan het werk te gaan.

‘Vangnetters vormen de kern van het probleem van de hoge premies', zegt Maudie Derks van Acture, private uitvoerder van sociale zekerheid. Zij vormen een grote groep in de WIA, maar er is weinig grip op. Ze vallen buiten de verantwoordelijkheid van werkgevers en onder het UWV, maar die doet bijna niets aan hun integratie. Daarbij is het een zwakke groep op de arbeidsmarkt: het zijn flexibele krachten als jongeren of starters, niet de hoogopgeleiden technici die toch wel aan de bak komen. Voor hen is het moeilijk zichzelf te activeren, als ze geen werkgever hebben om naar terug te keren. De kans dat ze lang blijven zitten in de ziektewet is dus groot en dat drukt op de premies die werkgevers betalen aan het UWV.' 

Met de nieuwe regeling komt er veel verantwoordelijkheid voor de vangnetters te liggen bij werkgevers. Kamp stelt hiervoor twee soorten financiële maatregelen die dit moeten realiseren. Voor flexibele medewerkers betekent dit dat de ziektewetuitkering terug wordt gebracht tot de periode waarin ze recht zouden hebben op een WW-uitkering. Ook wordt het moeilijker om voor een uitkering in aanmerking te komen en wordt de sollicitatie- en re-integratieplicht strenger. Ook voor werkgevers komen er veranderingen aan. De belangrijkste:

Financiering komt bij werkgever te liggen
In het voorstel wordt de hoogte van de ziektewetuitkering aangepast aan het systeem van de WIA. De uitkering wordt, net als bij de WGA, gesplitst in een loongerelateerd deel en een vervolgdeel. De duur van de loongerelateerde uitkering zal, net als bij de WGA (Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten), afhankelijk zijn van het opgebouwde arbeidstijd van de werknemer. Met het aflopen van de loongerelateerde uitkering krijgt de werknemer een vervolguitkering. De hoogte hiervan zal 70 procent zijn van het minimumloon dat geldt voor de werknemer.
Voor bedrijven betekent dat er een groot stuk verantwoordelijkheid voor de zieke uitzendkrachten en werknemers met tijdelijke contracten bij hen komt te liggen. Waar een werkgever nu de loonkosten slechts door hoeft te betalen tot het einde van het contract en de werknemer vervolgens overgedragen wordt aan het UWV, komen de Ziektewet- en WGA-lasten in de nieuwe wet voor rekening van de laatste werkgever.

Premies worden individueler bepaald
Ook zal de financiering voor de Ziektewet- en WGA-premies met het voorstel anders worden georganiseerd. Nu draagt de werkgever bij aan de uitkering van de zieke werknemer met een sectorpremie. De hoogte van deze premie wordt bepaald door de schade die de gehele sector maakt aan het sociale voorzieningenstelsel; de kosten aan WW, Ziektewet en WGA. Daarbij maakt het niet uit of een bedrijf 500 of vier werknemers heeft, of een verzuimpercentage van 12 of 4 procent; de kosten worden gedragen door de hele sector.
In de nieuwe regeling wordt de hoogte van de premie afhankelijk van de omvang van het personeelsbestand. Dat lijkt een logische stap, aangezien een bedrijf met 300 werknemers per saldo meer mensen in de ziektewet zal hebben dan een bedrijf met 12 man personeel en dus meer op de sociale voorzieningen drukt.

De hoogte van de premie zal volgens het wetsvoorstel anders worden bepaald:
1. Voor kleine werkgevers (tot 5 keer de gemiddelde loonsom) zullen deze premies nog steeds bepaald worden op sectorniveau. Als binnen de bakkerij-sector bijvoorbeeld een sectorpremie geldt van 5 procent, zal de premie van een klein bakkerijtje dus bepaald worden aan de hand van dit percentage.
2. Voor middelgrote bedrijven (5 tot 100 keer de gemiddelde loonsom) zal deels worden uitgegaan van de sectorpremie, en deels van de individuele schadelast van het bedrijf op de sociale voorzieningen.
3. Voor grote bedrijven (100 keer de gemiddelde loonsom of meer) zal de hoogte van de premie rechtstreeks worden bepaald door de individuele last van het bedrijf op de sociale voorzieningen. Dat betekent dat een groot bedrijf er veel baat bij heeft om het ziekteverzuimpercentage omlaag te krijgen, de kosten voor verzuim en uitkering worden immers niet meer door de hele sector opgevangen, maar alleen door het bedrijf zelf.

Must of mogelijkheid?
Nu werkgevers financieel verantwoordelijk worden voor de vangnetters zal het voor hen een must worden om deze groep aan het werk te krijgen en te houden. Maar bedrijven kunnen het ook als een mogelijkheid zien, meent Derks. ‘Als werkgevers de uitvoering van de nieuwe ziektewet en de re-integratie goed oppakken, intern of extern, kan het een enorme kostenbesparing betekenen. Een schoonmaakbedrijf met 200 medewerkers kan al tot een besparing komen van zo'n 50 a 60 duizend euro op jaarbasis.' Ook hebben bedrijven meer zicht op de flexwerkers die door ziekte zijn uitgestroomd: ‘Daar kunnen hele goede medewerkers tussen zitten die je anders uit het oog zou zijn verloren. Die kun je bij schaarste nu makkelijker aantrekken.'

Met dank aan Maudie Derks, directeur Acture

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*