Wie ontslag neemt, krijgt niet zomaar baan terug

Een werkneemster die ogenschijnlijk weloverwogen haar baan opzegt, krijgt haar functie niet terug als ze aanvoert dat ze een burn-out had.

Een 50-jarige hoofd salarisadministratie van een bouwonderneming heeft ontslag genomen bij haar werkgever. Ze had eerst per mail redelijk uitgebreid laten weten: ‘Ik heb totaal geen werkvreugde meer en dit slaat op mijn gezondheid en dus ook in mijn privéleven. Ik wil graag met (echtgenoot) nog een paar mooie jaren beleven.' Vervolgens heeft ze een ontslagbrief geschreven.

Haar leidinggevende heeft vervolgens een gesprek met haar gehad en heeft haar daarin gevraagd op haar beslissing terug te komen. Dat heeft ze niet gedaan. Wel heeft ze desgevraagd aangegeven nog iets langer te kunnen blijven.

Een maand later heeft een gemachtigde van de werknemer een brief geschreven waarvan de inhoud erop neerkomt dat de werkneemster in een heftig overspannen toestand de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat ze niet gehouden kan worden aan de opzegging. De opzegging(en) zijn vervolgens door de gemachtigde namens de werkneemster vernietigd.

De werkgever zou misbruik gemaakt van de omstandigheden, zich geen goed werkgever hebben getoond en de werkneemster niet hebben geïnformeerd over de gevolgen van ontslag.

De rechter geeft de werkneemster geen gelijk. Hij betoogt: Voor de beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is voorafgaande opzegging nodig. Opzegging is een eenzijdige wilsverklaring gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een opzegging door een werknemer vereist een duidelijke en ondubbelzinnige op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte wilsverklaring. Gelet op de redactie van de e-mail van en van de ontslagbrief is de kantonrechter van oordeel dat de opzegging aan vorenbedoeld vereiste voldoet. Er kunnen omstandigheden aanwezig zijn op grond waarvan de werkgever moet onderzoeken of de werknemer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst werkelijk wenst. De functie van de werkneemster bracht mee dat zij kon weten welke nadelige gevolgen konden zijn verbonden aan haar opzegging van de arbeidsovereenkomst. Van de werkgever behoefde daarom niet te worden gevergd dat zij daarnaar een onderzoek ging instellen. Van belang is dat partijen met elkaar hebben gesproken en dat de leidinggevende de werkneemster ertoe heeft proberen te bewegen geen ontslag te nemen. Ze heeft in het kader van deze procedure onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de werkgever wist of had moeten begrijpen dat ze ontslag nam onder invloed van een abnormale geestestoestand. Van misbruik van omstandigheden is daarom, voorlopig oordelend, geen sprake geweest.

LJN: BV9810, Rechtbank Almelo , : 399418 CV EXPL 1445-12

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*